sharoninmondragon.reismee.nl

Dit was het dan...

Mijn avontuur zit er al een paar dagen op. Al vanaf donderdag 2 juli woon ik weer in Nederland, maar mentaal ben ik nog niet geland. Al gaat het een stuk sneller dan gedacht.

Een paar dagen geleden, op 30 juni, moest ik van de meeste Erasmusstudenten al afscheid nemen, omdat zij zich moesten verplaatsen. Hun contracten met huisbazen liepen af, dus ze gingen naar andere plaatsen. Een aantal is nu ook weer thuis, maar een stuk of drie studenten reizen nog een beetje rond. Dit maakte het voor mij gemakkelijker om naar huis te gaan; er is immers niemand meer over, ik ben de laatste die vertrekt. Toch vond ik het verschrikkelijk lastig om afscheid te nemen van Uxue, Iñigo en Javi, de mensen die wél zouden blijven. Al zijn Uxue en Iñigo werknemers en ‘heb ik ze niet zelf uitgezocht als vrienden’, ze zijn geweldig goed in hun werk binnen de Biteri Hall of Residence. Ik had ze voor geen goud willen missen! Javi en ik hebben de 5 maanden van begin tot eind meegemaakt. Tijdens de lockdown waren we zelf samen. En ik heb een eetwedstrijd van hem gewonnen, dat schept toch een band!

Op 1 juli voelde het heel raar om alles voor het laatst te doen. Ik durfde niet te gaan slapen, uit angst iets te missen. Als je slaapt, ben je immers niet ‘hier’, maar in dromenland. En dat wilde ik niet, dat durfde ik niet. Ik wilde me er constant bewust van zijn dat ik nog hier was en dat het bijna was afgelopen. Ik vond het lastig om te accepteren dat in 24 uur ik ergens anders zou zijn. De bergen, de natuur, de bevolking, de vrijheid, Iñigo, Javi en Uxue… Ik wilde niet weg!

Je raadt het al, uiteindelijk moest ik toch echt weg. Javi is met me meegegaan naar de luchthaven en heeft met mij gewacht tot ik mijn koffers kon inchecken, want daar was ik nogal zenuwachtig voor… De hoeveelheid bagage die ik meegenomen had, was lachwekkend, maar het kwam goed! Ik vloog naar Düsseldorf en meteen voelde ik me ‘een van hen’, omdat ik me nog enigszins verstaanbaar kan maken in het Duits en ik ook wel op ze lijk qua uiterlijk. Er wordt niet per se gediscrimineerd, maar Uxue legde me vorige week even uit waarom ‘iedereen’ zo naar mij kijkt. ‘Because you look…different,’ zei ze. Heeft ze gelijk in. Ik ben lang, blond en ik heb blauwe ogen. Niet heel erg onopvallend daar!

Eenmaal thuis voelde ik me eigenlijk helemaal niet slecht. Mijn ouders en zusje waren blij, de hond herkende me nog (en heeft niet gebeten) en ik kreeg sushi (en dat had ik na 5 maanden echt heel erg gemist!). Alles leek weer als vanouds en ik had het gevoel dat ik me snel weer zou aanpassen aan mijn nieuwe, oude leventje. Toch had ik moeite met het bekijken van foto’s, mijn video en de spulletjes die ik heb meegenomen vanuit Baskenland. Mijn dagboeken kan ik voorlopig niet teruglezen, omdat ik me daardoor alleen maar verdrietig voel. Al is alles wat ik heb gedaan een gift en ben ik dankbaar voor alles wat ik heb kunnen en mogen doen!

Ik kan weer in mijn moedertaal praten, de winkels gaan tussen de middag niet meer dicht, niemand die meer ‘agur’ naar me schreeuwt, de bergen hebben zich ingeruild voor een gelijke vlakte, ik kan weer fietsen… Het enige dat is gebleven, is de regen.

Een Erasmusprogramma… Een geweldige ervaring die niemand me meer wegneemt. Zelfs herinneringen die vervagen, zijn nog altijd herinneringen. En wat heb ik veel geleerd! Over tweede taalonderwijs en over mijn ontwikkeling als docent zijnde, maar de meeste dingen die ik geleerd heb, daar is geen literatuur voor nodig. Dat is een ontwikkeling van de mensheid zelf, niet volgens een boekje.

Ik wil even van de gelegenheid gebruikmaken om iedereen toch te bedanken voor alle lieve berichtjes en reacties onder mijn blog. Het is leuk om te lezen dat mensen meeleven en ook meelezen! Het zit erop, mijn avontuur is voorbij, maar ik ben blij dat ik zoiets tastbaars als een blog eraan over heb gehouden!

Het prachtige, mooie Baskenland. Een plek waar ik zeker terug zal keren, waar ik iedereen mee naartoe zou nemen, ze rond zal leiden en ze met trots zou vertellen: “Kijk. Hier was ik voor een tijdje, en toen, toen was ik weer weg.”

Minor in Europa - een wereld van verschil...

Wie mij de afgelopen maanden gevolgd heeft, weet dat ik voor mijn minor de afgelopen vijf maanden in Baskenland heb doorgebracht. Ik stapte hier zonder verwachtingen in, want niemand kon mij iets vertellen over deze plek. Echt waar, er zijn geen studenten van mijn opleiding die hier eerder naartoe geweest zijn… Dat vond ik jammer, want ik had graag wat informatie gehad. Desalniettemin heeft deze plek me niet teleurgesteld! Toch zou ik jullie graag wat willen vertellen, want misschien ben jij wel de volgende student die hierheen gaat!

Het plaatsje waar ik heb gewoond heet Arrasate/Mondragón. Hier wonen de meeste studenten en ik raad je dus ook zeker aan om hier een appartementje te zoeken of in de residentie te verblijven. De school ligt echter in Eskoriatza, zo’n 15/20 minuutjes met een rechtstreekse bus. De bus kost een stuk minder geld dan in Nederland, dus met die reisvergoeding van DUO kom je een eind!

Ik verbleef in Biteri Hall of Residence, een complex waar zo’n 100 tot 130 studenten (lokaal en Erasmus) wonen. De lokale studenten gaan in de weekenden naar huis, dus tijdens de weekenden is het lekker rustig. En je hebt gegarandeerd genoeg mensen om mee te eten, mee te praten en om leuke dingen mee te doen! Let wel op, want deze residentie is een aanslag op je portemonnee. Voor een single room met badkamer betaal ik 551.- per maand. Een appartement kost je zo’n 200 euro per maand, exclusief gas/water/licht. Financiële afweging, dus.

Ik deed een ‘lerende minor’. Dit houdt in dat ik niet de hele tijd stage hoef te lopen, want ik ga zelf naar school! Het programma geeft je 30 ECTS, meer dan genoeg! Een van de modules (je werkt hier in modules; 1 vak tegelijk naast het vak “Basque Culture”) is stagelopen. Echter, dit heb ik niet gedaan, want de scholen zijn hier dicht vanwege Covid-19. Het kan zijn dat je als docent voortgezet onderwijs je stage gaat lopen op een basisschool. Mij werd verteld dat ik op een middelbare school zou worden geplaatst, want daar was vraag naar, dus het is wel mogelijk om op een middelbare school stage te lopen! De stage duurt maar een paar weken en is voornamelijk gebaseerd op onderzoek. De andere modules zijn projectgericht. Je bent dus niet de hele tijd literatuur aan het stampen. Toetsen zijn er niet, eindproducten wel en deze zijn leuk! Het is allemaal heel erg vrij en subjectief. Je vormt een beeld over je eigen kunnen en het docentschap als een tweedetaaldocent. Want heb je er wel eens over nagedacht? Docenten Nederlands zijn ook tweedetaaldocenten. Hoeveel leerlingen heb jij in je klas die een andere taal dan Nederlands spreken thuis? Daarom, dus. Heel leerzaam! En ook nog eens leuk.

Als je denkt dat je in Spanje bent, heb je het mis. Oké, geografisch gezien zit je in Spanje en Baskenland hoort bij Spanje, maar men spreekt hier geen Spaans. Ze kunnen het wel, maar als het even kan, spreekt men hier Baskisch. Wil je hier puur heen gaan om de taal te leren, dan zou ik even verder kijken. Het kán natuurlijk wel, maar men heeft liever dat je Baskisch leert!

In mijn klas zaten acht studenten uit vier verschillende landen. Tane, onze docent, was ons aanspreekpunt en we kunnen haar mailen met vragen of problemen. Zij woont ook in Arrasate, dus een koffietje op zijn tijd kan natuurlijk ook! De docenten zijn hier een stuk closer met hun leerlingen. Wij volgden onze lessen niet alleen in dit kleine klasje; we werkten samen met de lokale, Baskische studenten en de lessen waren in het Engels. Alles is in het Engels. Zorg er dus voor dat je Engels rond niveau B2 ligt (of hoger), anders is het lastig om alles te begrijpen. Je Engels zal gedurende de tijd vooruitgaan (en je Nederlands achteruit, merk ik…).

De lokale bevolking is, net als de Nederlandse bevolking, nogal schuw. Het kan zijn dat ze met een boog om je heen lopen. Zie dit niet als een aanval, ze zijn gewoon verlegen! De studenten daarentegen waren (in mijn geval) heel erg open en nieuwsgierig naar de nieuwe Erasmusstudenten. Ze willen alles van je weten, maar ze vinden het ook leuk om over hun land te praten. Stel ze dus gerust vragen! En ja, hier kunnen ze Engels.

Over Arrasate zelf: het dorpje is klein, maar tegelijkertijd heel erg centraal. Vanuit Arrasate gaan er directe bussen naar Bilbao, Bilbao Airport, Donostia, Zarautz, Eskoriatza, Aretxabaleta en meer. Het dorpje Arrasate telt zo’n 22.000 inwoners en dat is dus (voor mij) relatief klein. Het lijkt een stuk groter, omdat het omringd wordt door bergen.

Als je van natuur en sport houdt, dan zit je hier goed! In Biteri heb je twee keer per week toegang tot een sportschool en zwembad (gratis). In mijn geval is dit gesloten, vanwege Covid-19. Wanneer je niet in de residentie verblijft, kun je een maandelijks abonnement aanvragen (+- 20.-). Maar je kunt ook gewoon de bergen in gaan, die zijn gratis! In Arrasate vind je Kurtzetxiki, Murugain en Udalatx. In Aretxabaleta, een dorpje 3.4 kilometer verderop, vind je Orkatzategi, Kutzebarri en nog veel meer; genoeg keuze, dus! Je hoeft niet per se ver te reizen om mooie dingen te zien.

Mooie plekken om te bezoeken, zijn Donostia, Bilbao, Zarautz, Deba, Zumaia, Oñati, Aretxabaleta (Urkulu), La Arboleda, Landa, Tolosa, Gasteiz, Gernika.

Als je, net als ik, van bergen houdt, dan zijn dit bergen die je kunt beklimmen en die heel dichtbij liggen:
Arrasate: Udalatx, Murugain, Kurtzetxiki
Aretxabaleta: Orkatzategi, Kurtzebarri
Eskoriatza: Aitzorrotz

Verder worden de bergen in Oñati ook aangeraden, maar deze heb ik niet beklommen, omdat ik daar de tijd niet voor heb gehad (51 dagen zijn verspild aan binnenblijven door de lockdown in Spanje).

Boodschappen doen is gemakkelijk in Arrasate. Het kleine dorpje heeft een LIDL, twee Eroski’s, twee Dia’s en twee BM’s (allemaal supermarkten). Genoeg keuze, dus. Verder bevindt zich in iedere straat een Fruteria, waar je je fruit goedkoper en verser kunt krijgen. Ik ben zelf een vegetariër en voor vleesvervangers kun je het beste naar LIDL gaan. De andere supermarkten hebben ze ook, maar daar betaal je het dubbele. Farmacia’s zijn er in overvloed en hier kun je alle medicijnen halen die je in Nederland bij een drogist ook kunt krijgen, en meer.

Verder zou ik iedereen aanraden om goede (wandel)schoenen en blarenpleisters mee te nemen. In Nederland zijn we gewend aan een vlak land, maar hier is alles berg op, berg af, heuvel op, heuvel af. Ook als je naar de supermarkt gaat. Hier zijn blarenpleisters belachelijk duur en je kunt ze maar beter meteen hebben! Je gaat ze gebruiken, zeker als je bergen gaat beklimmen.

Als jij, net als ik, Nederlands studeert, kan ik me voorstellen dat je je afvraagt waarom ik naar een niet-Nederlandssprekend land ben gegaan. Dat was juist de uitdaging en dat leek me juist zo interessant. Ik leer hier over het lesgeven van tweede taal in mijn tweede taal! Dankzij deze minor heb ik leren stilstaan bij het belang van het lesgeven in Nederlands als tweede taal, niet altijd als moedertaal… En ik zal eerlijk zijn: die Erasmusbeurs van 10.- per dag maakte het ook wel gemakkelijker! Het feit dat je binnen twee uur in een ander land bent, met een ander cultuur, een andere omgeving, een ander (maar toch hetzelfde) klimaat, een andere taal en met andere mensen… dat is toch héérlijk!

Mocht je nou nog vragen hebben of ben jij geïnteresseerd in een minor naar Baskenland, laat dan gerust een berichtje achter. Ik vertel je graag meer over dit prachtige land. En bekijk het onderstaande filmpje voor wat beeldmateriaal als je dit nog niet gedaan hebt, en misschien dat jij wel de volgende bent die een prachtig avontuur in Baskenland tegemoet gaat…

Eskerrik asko eta agur!

PS: Als je in mijn filmpje denkt dat ik Carnaval (in het filmpje Carnival) fout heb geschreven… nee, zo schrijft men dat hier, haha!



Video: https://youtu.be/R_X5LDp_ahU



Een open boek

“But when people say, Did you always wanted to be a writer?, I have to say No! I always was a writer.” – Ursula Le Guin

 

Voordat ik begon aan mijn minor in Baskenland, moest ik bijeenkomsten bijwonen. Niet van zo’n saaie praatjes, maar grotendeels verhalen en ervaringen van anderen. We kregen tips mee en één van deze tips luidde als volgt: houd een dagboek of logboek bij. Appeltje, eitje.

Waarom een logboek bijhouden? Je zult het je misschien wel afvragen. Je bent op een prachtige plek en je gaat van alles ondernemen. Moet je dat dan allemaal bijhouden? Dat kost hartstikke veel moeite en tijd! Maar weet je wat ook veel moeite kost? Je deze dingen herinneren over een maand of 20. Of 10, in mijn geval, want ondanks dat ik geniet van deze plek, maak ik ook heel erg veel onbewust mee. Of dat komt door de situatie waarin we nu zitten, weet ik niet. Wel weet ik dat ik me nauwelijks kan voorstellen hoe het was vóórdat iedereen naar huis ging. Hoe ik me voelde toen ik omringd werd door lieve vrienden en vriendinnen uit België, Nederland, Catalonië, Colombia, India en ga zo maar door. Bepaalde liedjes halen bepaalde emoties en herinneringen naar boven, maar je gaat de details vergeten. Foto’s laten het uitzicht zien, maar het gevoel dat ik daarbij had, kunnen foto’s niet altijd exact omschrijven. Daar heb ik woorden voor nodig.

Vanaf mijn vertrek tot aan vandaag heb ik alles bijgehouden. Ik heb foto’s gemaakt, deze geprint met een pocketprinter, in mijn dagboeken geplakt en erbij geschreven wat ik gedaan heb en hoe ik het vond. Ik schrijf over het algemeen heel erg veel, want dit is gewoon echt een hobby! Toch heb ik tijdens deze periode echt heel erg veel geschreven. Misschien dat dit komt omdat ik zo lang binnen heb moeten zitten. Op een gegeven moment ga je dan toch over veel dingen nadenken en om het dan een plek te geven, is soms lastig. Schrijven helpt.

Toch vind ik het leuk om terug te lezen wat ik in februari of maart gedaan heb. Als ik het teruglees, moet ik soms wel lachen. Ik was zó zenuwachtig toen ik hierheen reisde. Dat kan ik me nu nauwelijks voorstellen. Deze reis heeft me zoveel gebracht en ik denk dat ik een stuk zelfverzekerder ben. Waar ik bang was om geen contacten te kunnen leggen, vraag ik me nu af waarom ik hier in godsnaam over nadacht. Ik heb supertoffe mensen ontmoet!

Ik hoop dat mensen overwegen om een dagboek bij te houden als je een reis als deze gaat maken. De afstand maakt niets uit; al ga je naar België! Zelf merk ik hoe snel herinneringen vervagen, hoe onbewust ik dingen heb meegemaakt. Ook lees ik terug hoe intens naïef ik was; als enige had ik niet in de gaten dat Spanje in lockdown zou gaan en dat de helft van de Erasmusstudenten naar huis zou worden gestuurd. De overgang van ‘normaal’ naar ‘abnormaal’ heb ik kunnen teruglezen in mijn dagboek en mijn God, dat is confronterend. Ik had niks door…

Over twee en een halve week kom ik naar huis. Ik vlieg op 2 juli terug. Vlucht nummer 6… Misschien dat deze wél doorgaat! Ik ben ervan overtuigd dat ik, wanneer ik in Nederland ben en ik op mijn kamer zit, met tranen in mijn ogen mijn dagboeken terug zal lezen. Heimwee naar Baskenland, herinneren die niemand mij afpakt. Want alles is gedocumenteerd. Alles is bijgehouden. Woord voor woord!

Misschien kan ik hier maar beter gaan wonen

Een vlucht boeken was nog nooit zo moeilijk,

Begrijp me niet verkeerd.

We leven in de 21e eeuw,

Met mijn ict-skills heb ik al veel geleerd.


Je klikt een paar keer op je muisknop,

Duwt je pinpas in je RaboScanner.

Gooit nogmaals 150,- over de toonbank,

Ja, ik ben een echte vliegtuigkenner.


Transavia en KLM,

Ik heb ze allebei geboekt!

Op zijn minst één zou moeten vliegen,

Nee hoor, ik ben vervloekt.


Je zou denken 3 maal is scheepsrecht,

Maar ik zit ondertussen op 4.

Oké ik ben dan wel een dyscalkut,

Maar het zit me tot HIER.


Dus heb jij een dikke vette wagen,

En zin om zo’n 24 uur te rijden.

Kom me alsjeblieft halen,

Lekker met de meiden.


4 juli, 17 juni,

16 juni en 15 mei.

Dit waren mijn vluchten,

En met die reisvouchers ben ik ook echt ‘superblij’.


Dus even met zijn alle duimen,

Dat vind ik wel zo fijn.

Ik ga lekker hopen,

Dat ik vóór 2021 weer thuis kan zijn.


Hajjeeeee!

Afscheid nemen is verschrikkelijk

Coronavirus gave us something special, and then, took it away. – Venkatesh Sharma 

De afgelopen maanden heb ik natuurlijk veel geleerd. Daarvoor zijn we natuurlijk op school, om te leren. We leren over hoe we meertaligheid kunnen inzetten in de klas, over wat een ‘goede’ docent zou moeten kunnen, over wat we moeten doen voor en na een les, hoe we op onszelf kunnen reflecteren, en ga zo nog maar even door. Maar wat het onderwijs ons niet kan bijbrengen, is de waarde van vriendschap. Dit is iets wat ieder voor zichzelf moet ontdekken. En dat heb ik de afgelopen maanden gedaan, voornamelijk toen de scholen dichtgingen en ik voor 51 dagen binnen moest blijven.

In de residentie was ik niet alleen; er waren nog drie andere jongens, en ik kan jullie zeggen: zonder deze topgozers was me dit niet gelukt. Natuurlijk deel je vooral de goede momenten, maar nu is het zover. Nu is het hier klote, want we zijn niet meer compleet en dat voel ik meteen.

De afgelopen maanden waren we op elkaar aangewezen en ik heb niemand zó snel, zó goed leren kennen. We hadden genoeg tijd om van alles met elkaar te delen, om eindeloos gesprekken te voeren over zowel leuke als minder leuke dingen. Urenlang hebben we buiten gezeten, naar muziek geluisterd en gelachen. Wat hebben we gelachen… en wat heb ik de afgelopen dagen gejankt, omdat dit nu is veranderd. Stomme, lieve Julian.

Het zat er natuurlijk aan te komen. Ooit zou één van ons weggaan. Wanneer was de vraag, en wie. Wie zou als eerst ‘het nest verlaten’? Toen Julian ons een week of twee vertelde dat er een ‘noodvlucht’ naar Colombia zou vertrekken en dat hij op de lijst van passagiers stond, zonk de moed mij in mijn schoenen. Toen Venky mij vertelde dat ook hij op 31 mei zou vertrekken, brak mijn hart. Ik wilde niet zo snel al afscheid nemen… Meteen ben ik gaan kijken naar opties om zelf ook naar huis te keren. In plaats van 4 juli, zal ik 17 juni naar huis vliegen. Als alles meezit, natuurlijk!

Toch was het afgelopen vrijdag tijd om afscheid te nemen van Julian. Vanuit Madrid ging er een vlucht naar Bogota, de hoofdstad van Colombia. Het afscheid was kort, intens en verschrikkelijk. Ik wilde helemaal geen afscheid nemen van mijn beste vriend, hier in Baskenland! Er was nog zoveel te doen, te zien en te vertellen. Ik vond het oneerlijk. Toch moesten we er allemaal aan geloven. We zeiden ‘tot ziens’ en hij stapte de auto in, op weg naar Gasteiz, waar hij de trein naar Madrid zou pakken. De rest van ons bleef achter. Ik voelde me verloren.

De afgelopen dagen waren dubbel. Het weer sloeg om, de zon is weg en ik geef Julians afscheid de schuld. Er is niks aan zonder hem, zonder de middagen die ik samen met hem doorbracht. Zijn spullen heb ik in mijn kamer gezet; ik wil niet dat de schoonmakers of de deporters daaraan gaan zitten. Met Venky ben ik de Kurtzetxiki gaan bewandelen, om zo toch maar wat te doen te hebben en om onze zinnen te verzetten. Onze buddy is weg en we merken het. Wanneer je met zijn vieren zo’n intense maanden doormaakt, is het een apart en leeg gevoel als er dan iemand ‘zomaar’ wordt weggerukt uit je dagelijkse leven. Toch is het de realiteit.

Het doet pijn en het is simpelweg kut om afscheid te nemen van mensen die je leert kennen en die je in je hart sluit. Maar het hoort erbij, zoals Julian zou zeggen. Je leert mensen kennen, je gaat met ze om, maar je bent op reis. Er komt een moment waarbij je vaarwelzegt. Soms houd je nog even contact, maar vaak verwatert het contact. “Ik wil niet dat dit met ons gebeurt,” zei hij. “Er moet een dag komen waar we weer met zijn vieren samenzijn.” Ik zou het liefst alles op alles zetten om te zorgen dat dit gebeurt. Het is niet niks om in quarantaine te zitten met maar een paar mensen. Je wordt vrienden, of je dat nou wil of niet. Ik ben dankbaar voor het feit dat ik deze geweldige kerels heb mogen ontmoeten en zoveel tijd met hen heb mogen doorbrengen.

Ik zou niet weten hoe je iemand een les over vriendschap zou kunnen bijbrengen. Zoiets moet je ervaren. Ik heb het ervaren en ik zou het niet willen missen. Echt niet.

Dankjulliewel,

Tot ziens

Weer naar buiten...

Traveling – it leaves you speechless, then turns you into a storyteller
IBN Battuta


Het is alweer een tijdje geleden dat ik voor de laatste keer iets geschreven heb. Daar heb ik een goed excuus voor: we mogen weer naar buiten! Hier heb ik veel gebruik van gemaakt, want ik werd gek van al dat binnenblijven. Mijn benen wilden wandelen en mijn hoofd wilde ik leegmaken. Van 6:00 tot 10:00 in de ochtend, en van 20:00 tot 23:00 in de avond mogen de ‘jongeren’ naar buiten om te sporten. En laat wandelen nou eindelijk ook erkend worden als een sport!

In het begin mochten we alleen in ons dorpje, Arrasate, wandelen en sporten, maar na twee weken werden de regels versoepeld; we mogen nu binnen de provincie reizen, wat inhoudt dat ik wel naar Donostia mag, maar nog niet naar Bilbao. Niet erg, want Donostia is geweldig én ligt aan zee! Niet dat ik hier nou al naartoe ben gegaan, dat staat voor volgende week op de planning. Wel heb ik al genoeg andere dingen gedaan…

Eliska (CZ), Josefer (MX), Magda (PL), Markus (DE) en ik hebben afgelopen dinsdag de Udalatx opnieuw beklommen. Ik had hier in eerste instantie weinig zin in, omdat ik die berg de vorige keer eng vond. Misschien had dat te maken met het feit dat het regende en dat het er spekglad was. Afgelopen dinsdag was het prachtig weer en modder was nauwelijks tot niet te zien, dus dat maakte alles een stuk gemakkelijker én leuker! Om 7:00 in de ochtend stonden we klaar om te gaan en rond de klok van 13:00 was ik weer thuis. Een lange trip, maar zeker de moeite waard!

Iedere ochtend probeer ik op tijd op te staan om te gaan wandelen. Mijn benen doen pijn, mijn voeten zitten vol met blaren, maar ik kán gewoon niet stoppen. Het idee dat ik nog meer tijd verlies, maakt me ergens ook wel onrustig en bang. 51 dagen heb ik binnen moeten blijven. Nu moet ik alles op alles zetten om deze ‘verloren tijd’ in te halen! In de ochtend heb ik een geweldig mooi pad bewandeld en ik ben van plan om dit pad volgende week helemaal af te lopen. In totaal (heen en terug) zo’n 25 kilometer, maar dan heb je ook wat! Voor de komende weken staan er nog meer bergen en mooie plaatsen op het programma; de anderen zijn ook van mening dat we alles moeten zien, voordat we weer allemaal terug naar huis gaan.

In Aretxabaleta hebben Venky (IN), Eliska, Markus en ik Urkulu bezocht: een geweldig mooi meer, gelegen tussen de bergen. We vragen ons alle vier af of we in het water mogen zwemmen, wanneer het weer daar goed voor is. Eigenlijk weten we het antwoord al, maar toch, het zou leuk zijn! Dit kleine dorpje telt 7000 inwoners en 3 wereldwonderen, zo lijkt het wel.

De afgelopen twee weken vlogen voorbij nu we weer naar buiten mogen. Toch wordt het ook voor mij aftellen, want voor ik het weet, zit ik weer in Nederland. Nu zelfs iets eerder dan gepland…! Tot snel, agur :) 

Van Biteri Hall of Residence naar Ziekenhuis Hall of Residence

It’s a beautiful thing when a career and a passion come together

Ik was er in het begin niet zo zeker van waar ik zou gaan verblijven. In Arrasate had ik geen idee of er ook zoiets bestond als ‘studentenflats’, omdat ik nou eenmaal in een klein dorpje woon (+- 22.000 inwoners). Een van de opties was Biteri Hall of Residence: een gebouw met alleen maar studenten die aan de universiteit van Mondragon studeren of hier op zijn minst een link mee hebben gelegd. Leek me wel handig en gezellig: contacten genoeg! Toch is er een hoop veranderd.

Al anderhalve maand zit Spanje in een lockdown en alle studenten die in Baskenland wonen, zijn thuis bij hun ouders. De meeste Erasmusstudenten zijn ondertussen terug naar hun thuisland en we zijn nog met zijn vieren: Venky (India), Javi (Mexico), Julian (Colombia) en ik (LIMBURG!). We zijn anderhalve maand op elkaar aangewezen, maar we hebben bezoek: het ziekenhuispersoneel.

Niet iedereen die in het ziekenhuis in Arrasate werkt, woont dichtbij. En wat wordt er dan gedaan? Onderdak geboden! Biteri staat nu grotendeels leeg, dus er werd aangeboden om het personeel hier te laten verblijven. Dat houdt in dat ook wij ons moeten aanpassen. Toch zijn er genoeg maatregelen genomen: het personeel heeft een andere in- en uitgang, een andere keuken en de vijfde verdieping is voor hen, dus daar komen wij niet. Alleen de wasserette delen we, maar zelfs daar hebben zij de wasmachines gescheiden. Moeten we ons zorgen maken? Nee, juist niet! Als er nu iets fout gaat, hebben wij in ieder geval medische kennis om ons heen!

De lockdown staat nu nog tot 9 mei op de planning. Misschien dat we daarna weer naar buiten mogen, al hebben we niet al te veel hoop. Iedere keer wordt deze toch weer verlengd, we zijn eraan gewend. Toch houden we hoop en maken we het er het beste van :) 


De plannen zijn gewijzigd

Coming home is one of the most beautiful things

Het zat er natuurlijk wel al aan te komen: de kans dat ik op tijd naar huis zou kunnen, werd steeds kleiner. Nederland sloot (grotendeels tot helemaal) haar grenzen voor Spanje en ook België en Duitsland hebben hun grenzen dicht voor sommige landen (of voor alle landen). 14 juni leek redelijk ver weg, maar toch kreeg ook ik gisteren een e-mail van KLM:

Beste Sharon Hiep,

Tot onze spijt moeten wij u mededelen dat uw vlucht op 14 juni 2020 is geannuleerd.  

Vanaf 4 juli kan ik terugvliegen naar huis met KLM. Dit houdt in dat ik mijn vlucht moet omboeken en mijn accommodatie moet verlengen. Geen probleem, maar wel even apart om wederom me te realiseren dat ik écht vastzit in een land. Vrienden reageerden met reacties als “Eigen schuld, had je eerder maar niet moeten besluiten om niet terug te keren naar Nederland”. Toch vraag ik me af waarom iedereen het de hele tijd vanuit een negatief perspectief blijft bekijken, terwijl ik helemaal niet verdrietig of in paniek ben. Sterker nog: ik vind het helemaal niet erg om nog wat langer te blijven!

Toen ik aan deze reis begon, had ik een aantal plekken die ik wilde bezoeken: Donostia (San Sebastian), Bilbo (Bilbao), Gasteiz (Vitoria), Madrid en de oude plek waar ik in Cataluña gewerkt heb. Verder zou ik nog naar Portugal gaan en stond er een reis op de planning naar Cambrils. Een paar van deze dingen heb ik gedaan, maar het merendeel niet. En denk niet dat ik een optimist ben en ervanuit ga dat dit daadwerkelijk doorgaat! Nee, dat denk ik zeker niet, hand op mijn hart. Maar op zijn minst een berg beklimmen in mijn eigen dorp, of het dorpje ernaast, daar heb ik nog wel hoop voor. In plaats van een kleine twee en een halve maand, zit ik nu weer op een kleine drie maanden, dus ik heb hoop om nog een paar weken het normale leventje te leven hier, ondanks dat de universiteiten hier de rest van het jaar dicht blijven, wat inhoudt dat mijn lessen op afstand gegeven zullen blijven worden. Hopelijk mogen we over een paar weken weer de straten op.

Ik kan me nog zó herinneren dat, op 31 december 2019, toen ik op de huisartsenpost zat te wachten op iemand die mijn gezicht kon hechten, omdat mijn hond het leuk vond om me te bijten, mijn moeder tegen mij zei: “Sharon, 2020 wordt jóúw jaar.” Misschien 2021, mam! Misschien 2021…